Foto: Youtube

‘Discussiëren, ja, maar liefst in eigen kring’

De Psychiater - 22 maart 2019

Een ware breuk met het verleden: voor het eerst kiest de NVvP een voorzitter die geen hoogleraar is. Elnathan Prinsen (36) luidt de naam, psychiater bij Dimence. Op het Voorjaarscongres in april neemt hij de voorzittershamer over van Damiaan Denys. Maar wie is Prinsen eigenlijk?

Het verlossende telefoontje kwam op 12 december, tijdens de wekelijkse repetitieavond van de brassband, waarin Prinsen drumt. Midden in een sessie zoemt ineens zijn mobiel en licht de huidige voorzitter Damiaan Denys hem in. In de dagen daarna stromen de felicitaties toe, meer dan honderd.
Viel de keuze voorheen steevast op een van de kernhoogleraren, nu neemt een jonge psychiater bij Dimence het roer over. Eentje die ‘met zijn voeten in de klei staat’, klinkt het verheugd in veel felicitaties.
Academische psychiaters hebben van oudsher een stempel gedrukt op de vereniging, zegt Prinsen, ‘terwijl ze maar een klein percentage van de beroepsgroep vormen. Daarom lag al langer de vraag op tafel: herkent de gemiddelde psychiater zich nog wel in het verenigingsbestuur? Maar ook: is de link met de academie per se gebaat bij een hoogleraar als voorzitter?’
Aan de andere kant is de NVvP een wetenschappelijkeberoepsvereniging, benadrukt hij, en blijft de link met de academie dus belangrijk. ‘Dat geldt ook voor mijzelf, ik ben op dit moment bezig met promotieonderzoek naar de modelgetrouwheid en effectiviteit van IHT, ofwel intensive home treatment.’
 
A-religieus
Op dit vlak geldt Prinsen als een landelijke expert en pionier. Bij Dimence heeft hij het IHT-team in Deventer op poten gezet en leidt hij de divisie spoedeisende GGZ. Ook binnen de NVvP is hij geen onbekende. Al op zijn 27e, als aios, was hij lid van de Commissie Wet en Regelgeving, die hij daarna heeft voorgezeten. Voor VWS maakte hij deel uit van de taskforce ‘De juiste zorg op de juiste plek’. Deze ervaringen zullen van pas komen, zegt hij, want de inrichting van de zorg en het al dan niet opsluiten van “gevaarlijke mensen” zullen voortdurend op de agenda staan.
Onder collega’s wordt hij gewaardeerd om ‘zijn oprechtheid, scherpe geest, heldere formuleringen, zijn kennis van de psychiatrie, zijn brede blik over de grenzen van het vak, en zijn grote ethisch bewustzijn’. En ja, hij wil er – desgevraagd - niet omheen draaien: religie is belangrijk in zijn persoonlijk leven. ‘Ik ben actief binnen de geloofsgemeenschap en ontleen er mijn driveaan om het goede te doen, om kwetsbare mensen te helpen. Maar het verenigingsbestuur is a-religieus en a-politiek.’
Waar zal zijn aandacht naar uitgaan? ‘De komende jaren draait het om de verhouding van de psychiatrie tot de maatschappij. Ik vind dat we de banden moeten aanhalen met maatschappelijke partners als zorgverzekeraars, het ministerie, de NZa, en dat we meer moeten nadenken over strategische coalities per onderwerp. De ene keer trek je op met de patiëntenbeweging, andermaal met GGZ Nederland. Tegelijk moeten we onze rol afbakenen, ons niet alles laten aanleunen wat de samenleving eist. Kortom, verantwoordelijkheid nemen én grenzen stellen, dat is de uitdaging.’
 
Neurobiologisch eiland
Een vraag die hiermee samenhangt en raakt aan de identiteit van de psychiater: in hoeverre moet een medisch specialist zich bezighouden met de sociale problematiek van patiënten? ‘We weten dat sociale determinanten van grote invloed zijn op het beloop van psychiatrische stoornissen. Daarom moeten we breed kijken, en daarna bepalen wat we zelf doen en wat anderen beter kunnen. Ik vind dus niet dat we ons moeten terugtrekken op een neurobiologisch eiland.’
Sterker: alle medisch specialisten zouden breder moeten kijken, vindt Prinsen. ‘Bij iemand die in armoede leeft en een lage maatschappelijke positie heeft, zal een ziekte als diabetes zich anders ontwikkelen. Voor een internist is het cruciaal om te weten of die patiënt de dieetadviezen, ofwel gezondere voeding, kan betalen. Anders is dat advies zinloos.’
Vanwege die brede blik moet een psychiater in de acute fase de regie hebben. ‘Eerst screenen of er niet alleen maar sprake is van psychosociale problematiek, en dan een diagnose stellen. En niet de psychiater pas erbij halen als er al vier stappen zijn mislukt. In een latere fase, als het persoonlijke of maatschappelijke herstel aan de orde is, kun je meer op de achtergrond treden.’
 
Balie-debat
Ook zal Prinsen ijveren om meer eenheid uit te stralen als beroepsgroep. ‘In het publieke domein leeft het beeld dat psychiaters het over alles oneens zijn. Ik vind dat we elkaar in de media en op Twitter soms te hard en ongenuanceerd aanvallen. Ik ben niet tegen het debat, integendeel, ik hou ervan. Discussie kan standpunten verhelderen en juist consensus teweegbrengen. Maar doe dat in eigen kring en niet in het openbaar.’
Het probleem is volgens Prinsen dat de discussie in brokstukken in de media belandt. Eerst publiceerde NRC het interview met Damiaan Denys en kort daarna het ingezonden stuk van Oosterhof en Van Os. ‘Als je dat leest, verbaas je je over de diepe meningsverschillen. Buren en vrienden spraken me erop aan, maar ook in de spreekkamer heb je er last van. Volg je echter de hele discussie, inclusief het debat in Balie maanden later, dan ontdek je dat Denys en Van Os helemaal niet mijlenver uit elkaar staan. Ze blijken het zelfs op veel meer punten eens te zijn dan gedacht. Maar wie volgt zo’n langlopende discussie van begin tot eind?’
Tijdens het Voorjaarscongres neemt hij officieel de voorzittershamer over. Hoe bereidt Prinsen zich voor? ‘Concreet ga ik met twee oud-voorzitters een avondje om de tafel zitten. Eerst met Rutger Jan van der Gaag en daarna met Damiaan Denys.’
Over tegenpolen gesproken... ‘Ik heb ze niet voor niets uitgekozen. Ik probeer steeds mijn mening te scherpen en met beiden een constructief gesprek te voeren. Dat is meer dan nodig in het ingewikkeld krachtenveld van de psychiatrie.’

Website door: Casper van Rongen