Bio

Een wetenschapsjournalist gespecialiseerd in alles wat tussen de oren zit: waar komt die belangstelling vandaan? Die is gewekt aan de Nijmeegse universiteit, waar ik een mix van psychologie, filosofie en culturele antropologie studeerde. In diezelfde tijd ervoer ik aan den lijve wat het betekent om geestelijk onderuit te gaan, om in de greep te raken van angsten en depressies, en om daar via behandeling weer bovenop te komen.

Waarover schrijf je als je geïnteresseerd bent in geestelijke gezondheidszorg? Zie hier een paar dwarsstraten: over hersenstimulatie, waarbij elektrische dan wel magnetische prikkels zware depressies verdrijven. Over psychotherapie die mislukt omdat psychiaters het lage IQ van hun patiënten over het hoofd zien. Over verdachten die maar volhouden dat ze zich niets kunnen herinneren van het misdrijf. Over een GGZ-instelling die ontdekt dat een kwart van de langdurige patiënten een verkeerde diagnose heeft. Over psychiaters die niet meer in de instellingen willen werken. Over ouders die verdwalen in de jeugdzorg. Over wachtlijsten. Over deze onderwerpen schrijf ik voor de Volkskrant, De Psychiater, Psychologie Magazine, De Neuroloog, Observant, en voor patiëntenverenigingen.

Toch hou ik me niet alleen bezig met geestelijke gezondheid. Voor het populair-wetenschappelijke maandblad New Scientist, waarvan ik tot voor kort de maandelijkse special coördineerde, maakte ik interviews en achtergrondstukken over gezondheid in brede zin, over allergieën, stamceltherapie, et cetera. Dat doe ik ook voor bladen als De Cardioloog en Medische Oncologie.

Ook geef ik schrijftrainingen, vaak voor wetenschappers en ggz-behandelaars. De vraag waar het dan om draait: hoe maak ik mijn boodschap toegankelijk voor een breed publiek? Of concreter: hoe maak je een opiniestuk voor een krant of tijdschrift?

Ik ben lid van de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland (VWN).

Interview met staatssecretaris Paul Blokhuis, samen met psychiater Robert Vermeiren. Foto: Jeroen van Kooten.

Website door: Casper van Rongen