Een roze wolk met een somber randje

Trouw - augustus 2026

Zwangere vrouwen kunnen hun psychiatrische aandoeningen overdragen op hun kind. Psychotherapie tijdens de zwangerschap moet dat voorkomen.

  Nee, dat zou haar niet weer gebeuren. Lisanne de Rijke (38) raakte na de bevalling van haar eerste kind depressief. Ze heeft zijn eerste levensjaar min of meer gemist, zegt ze. Haar tweede zwangerschap zag ze als een herkansing. Ze had al vroeg de huisarts ingeschakeld, volgde psychotherapie en slikte antidepressiva.

Ook omdat ze besefte dat ze kwetsbaar is voor somberheid en stress. In de puberteit lijkt ze al een depressieve periode door te maken en later volgden twee burn-outs.

In haar tweede zwangerschap gaat het eveneens mis. In week dertien begint ze aan een nieuwe baan en loopt ze een voorhoofdsholteontsteking op, waar ze niet meer overheen komt. Na twee weken stopt ze met haar baan. Ze is doodmoe en intens verdrietig.

“Daar ging ik weer. Mijn lijf liet me opnieuw in de steek en weer zou ik geen fijne kraamtijd hebben met m’n baby. De vorige keer duurde het twee jaar, en nu voelde ik me zieker dan toen.”

Hormoonspiegels

Tienduizenden vrouwen in Nederland - een op de vijf - hebben rond de zwangerschap last van psychische problemen. "Depressies en angsten vormen de hoofdmoot", zegt Carlinde Broeks, psychiater bij GGZ-instelling NPI. "Maar ook persoonlijkheidsstoornissen kunnen op dat moment opvlammen. Net als eetstoornissen, die dan de kop opsteken omdat vrouwen zwaarder worden."

Specifiek zijn de kraambedpsychoses. "Die treffen een op de tweeduizend vrouwen, soms als een klap bij heldere hemel, zonder voorgeschiedenis."

De mentale klachten lijken onder meer samen te hangen met de enorme hormonale veranderingen in het lichaam van een zwangere vrouw, zegt Broeks. "Bij de bevalling stijgen de hormoonspiegels van oestrogeen en progesteron, en storten daarna helemaal in. Vermoedelijk zorgt die hormonale shift voor een geestelijke onbalans. Daarnaast kan slaapgebrek uitmonden in depressieve klachten en angsten, al tijdens de zwangerschap en na de bevalling."

Haar-analyses

Dat moeders hun psyschische kwetsbaarheid kunnen overdragen op hun kinderen is in veel wetenschappelijke studies aangetoond. Ook dat de gevolgen voor het nageslacht ingrijpend kunnen zijn. Een depressie tijdens de zwangerschap kan leiden tot een lager geboortegewicht, minder lichamelijke groei, onderontwikkeling op het cognitieve en sociaal-emotioneel vlak, van taal, van aanpassingsvermogen. En een verhoogd risico op psychische problemen in het latere leven.

Maar hoe verloopt die overdracht van moeder op kind precies? Bijzonder aan Broeks' onderzoek is dat ze zowel de biologische als psychologische route in kaart heeft gebracht. Niet bij gezonde vrouwen en hun kinderen, zoals eerder is gedaan, maar bij vrouwen met ernstige psychiatrische problemen en hun baby's.

In de biologische route draait het om het stresssysteem, zegt Broeks, die onlangs promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit systeem, waarbij meerdere hersengebieden, hormonen en het zenuwstelsel zijn betrokken, bereidt het lichaam voor op bedreigende situaties. Bij psychische klachten kan dat systeem te gevoelig of ongevoelig afgesteld staan, als een alarm dat te snel of te traag afgaat.

Bij zwangere vrouwen met psychische problemen blijkt niet alleen hun eigen stresssysteem ontregeld, maar soms ook dat van hun kind. Hoe ernstiger de klachten van de moeder, hoe groter de ontregeling bij haar zes weken oude baby. Dat bleek uit de spiegels van het stresshormoon cortisol, die onderzoekers via haar-analyses tot drie maanden terug in kaart kunnen brengen.

Onveilig gehecht

Die ontregeling is ook na een half jaar nog zichtbaar bij kinderen van moeders die zwaar depressief zijn, laat een andere studie van Broeks zien. Deze kinderen reageren ongevoeliger op stress dan normaal, wat zou kunnen duiden op een uitgeblust stresssysteem dat te lang 'aan' heeft gestaan. Dat effect is het sterkst bij moeders met vroegkinderlijk trauma, als gevolg van verwaarlozing, mishandeling of misbruik. Broeks signaleert een duidelijk verband tussen het trauma bij de moeder en de (on)gevoeligheid voor stress bij het kind.

"Als de moeder de wereld als onveilig ervaart, dan is het evolutionair nuttig om dit via de placenta door te geven aan het kind. Zo krijgt het een gebruiksaanwijzing mee voor de wereld, waarin het terechtkomt. Tegelijk vergroot een ontregeld stresssysteem het risico op psychische problemen."

Dan is er nog een andere route waarlangs psychiatrische klachten kunnen worden doorgeven: de moeder-kindrelatie. "Bij moeders met persoonlijkheidsstoornissen zagen we na veertien maanden dat vrijwel alle kinderen onveilig waren gehecht. Dat wil zeggen dat ze niet blind vertrouwen op hun moeder en zich niet veilig bij haar voelen. Zo'n gebrekkige hechting vergroot het risico op gedragsproblemen en aandoeningen als depressie, verslaving en eetstoornissen."

Aangeraakt worden

Over de hechting en band met haar pasgeboren kind maakte Luna Hotting zich ernstige zorgen. Vanwege traumatische ervaringen in haar kindertijd vindt ze het moeilijk om de balans te vinden in het moederschap. Ze legt de lat heel hoog.

“Als ik met een vriendin afsprak, moest ik die tijd later bij mijn kind inhalen, uit angst hem te kort te doen, om de hechting niet in gevaar te brengen. Ik was op zeker moment alleen nog maar met m’n kind bezig, kreeg paniekaanvallen en raakte depressief.”

Ze zoekt hulp, knapt enigszins op, totdat ze hoort dat ze opnieuw zwanger is. “Meteen kwamen alle klachten terug. Mijn grootste angst was dat ik weer in een depressie zou belanden en de grip op mezelf kwijt zou raken. Kon ik de zwangerschap psychisch eigenlijk wel aan? En zou ik er na de bevalling emotioneel kunnen zijn voor de baby en mijn oudste kind?”

Via via komt Hotting in contact met Broeks, die bij GGZ-instelling Arkin een groepsbehandeling op poten heeft gezet voor zwangere vrouwen met ernstige psychiatrische aandoeningen.

De behandeling - één dag per week - bestaat uit therapeutische gesprekken, lichaamsgerichte therapie en psychoeducatie. “Ook maken we een plan voor de bevalling", zegt Broeks. "Wie bijvoorbeeld seksueel is misbruikt, kan het superspannend vinden om aangeraakt te worden. Hoe ga je daarmee om? Moeten we het ziekenhuis daarover inlichten?”

Riskant

Na de bevalling houden behandelaren contact met de moeders, want dan is de kans op psychische problemen het grootst. “We bieden dan slaapondersteuning, medicatie of tips. Een op de zeven vrouwen kan daarna op eigen houtje verder. De rest wacht een vervolgtraject met een trauma- of depressiehandeling.”

Hotting voelde zich tijdens de behandeling “gedragen” door de behandelaren en de andere vrouwen, zegt ze. “Ik voelde me voor de tweede bevalling veel beter voorbereid, en was minder beschermend met mijn tweede kind.”

De Rijke herinnert zich nog goed hoe de andere vrouwen haar verdriet begrepen. “Dat heeft me zeer gesteund, want je voelt je mislukt, een slechte moeder. Hoe kon ik zo depressief zijn, terwijl ik een kindje in m’n buik voelde? Ondertussen ging het wel steeds slechter met me en ben ik op het eind van de zwangerschap nog van antidepressiva gewisseld. Wat riskant is, maar goed uitpakte.”

Patronen doorbreken

Is de zwangerschap eigenlijk wel een geschikt moment voor een psychotherapeutische behandeling? Een uitstékend moment, benadrukt Broeks. “Uit de evaluatie blijkt dat de psychische klachten duidelijk afnemen, dat de vrouwen hun emoties beter in de hand hebben, en dat ze zich meer verbonden voelen met hun kind."

Het is tegelijk een uitgelezen kans om de "cirkel van transgenerationele overdracht" te doorbreken, zegt Broeks. "Daar zijn de vrouwen ook zelf mee bezig, juist in de zwangerschap sta je stil bij je eigen geschiedenis en bij datgene wat je je kind wil meegeven. Dit is het moment om ongezonde patronen te doorbreken."

Of volwassenen nog steeds last ondervinden van een ontregeld stresssysteem bij de geboorte, is niet bekend. "Daarvoor is onderzoek naar de langetermijneffecten nodig, waarbij we baby's tot in de volwassenheid zouden moeten volgen."

Good enough mother

Met de twee kinderen van Lisanne de Rijke gaat het goed, al maakt ze zich soms zorgen over de driftbuien van de oudste, die nu vijf jaar oud is. “Ik vraag me dan af of die het gevolg zijn van mijn depressies. Ik ben driekwart van zijn leven ziek geweest. Toch verzekeren behandelaren me dat hem niets scheelt.” De Rijke is psycholoog en begeleidt nu zwangere vrouwen en jonge moeders, die emotioneel in de problemen raken. “Ook adviseer ik organisaties over hoe ze deze vrouwen kunnen ondersteunen, om te voorkomen dat ze uitvallen.”

Hotting maakte zich eveneens zorgen over haar oudste, maar ook zij kreeg van Broeks’ collega’s te horen dat de hechting goed was verlopen. “Hij is echt gelukkig, net als de jongste. Dat terwijl ik echt geen perfecte moeder ben, maar een good enough mother, zoals we tijdens de behandeling vaak te horen kregen.”

Broeks: “Als je 30 procent van de interactie met je kind goed inschat, dan is dat goed genoeg voor een veilige hechting en een gezonde ontwikkeling van je kind.”

Hotting: “Daar kom ik makkelijk aan.”

De eerste 1000 dagen

Voor de mentale gezondheid van een kind zijn de eerste 1000 dagen - tot aan de tweede verjaardag - uiterst belangrijk. Dat zegt Tessa Roseboom, hoogleraar vroege ontwikkeling en gezondheid aan het Amsterdam UMC. Roseboom kreeg bekendheid met haar Hongerwinter Onderzoek, waarin ze aantoonde dat baby's van ondervoede moeders later een verhoogd risico liepen op diabetes, hart- en vaatziekten en depressies.

De ondervoeding heeft gevolgen gehad voor de aanleg van de hersenen, die kleiner in volume bleken, maar ook voor het functioneren van het brein, zegt Roseboom. "De kinderen presteerden later minder goed op tests voor onder meer het geheugen en impulsbeheersing.

Boosdoener is volgens de hoogleraar niet alleen de ondervoeding maar ook de onveiligheid, waarin de zwangere vrouwen leefden. "Sommigen hadden hun man uit het oog verloren en wisten niet eens of hij nog in leven was. En zoals eerder al uit studies bleek, kan ernstige stress worden doorgegeven aan het ongeboren kind, dat daar in het volwassen leven nog last van kan hebben. De oorlogskinderen deden het ook slechter op de arbeidsmarkt."

Een en ander betekent volgens Roseboom niet per se dat een stresssysteem een leven lang ontregeld blijft. "Zo deterministisch is het leven gelukkig niet. Zwangere vrouwen moeten vooral niet denken dat ze hun kind voor altijd hebben opgezadeld met problemen. Er zit veel veerkracht in mensen. En ook na die eerste 1000 dagen kun je nog van alles aanleren en is er nog veel mogelijk."

Wat ook zou schelen, aldus Roseboom, is de erkenning dat niet elke zwangere vrouw op een roze wolk zit. "Dat we accepteren dat aardig wat vrouwen psychische klachten hebben tijdens de zwangerschap, en helemaal niet altijd vrolijk zijn. En dat je dus nooit de enige bent en dat je je daarvoor niet hoeft te schamen."

Website door: Casper van Rongen