Onder de maat

de Volkskrant -  februari 2021

Gedragswetenschappers moeten terughoudend zijn met corona-advies aan beleidsmakers, omdat veel studies niet hard genoeg zijn, stelt een groep onderzoekers.

Als je mensen attent maakt op persoonlijke groei, op het ontwikkelen van hun talenten, worden ze weerbaarder. Bovendien vergroot zo’n groeimentaliteit de levensvreugde, ook in tijden van de coronacrisis.
Dit is een van de vele studies die Amerikaanse onderzoekers vorig jaar hebben aanbevolen aan de Wereldgezondheidsorganisatie, onder de noemer: nuttig in de coronacrisistijd. ‘Maar als je het experiment beter bekijkt’, zegt onderzoeker Hans IJzerman, verbonden aan de Université Grenoble Alpes, ‘dan zie je dat daar maar 57 proefpersonen aan mee hebben gedaan, alleen vrouwen. Hoe oud ze zijn, is niet bekend. Het wetenschappelijke bewijs is echt onder de maat. Met dit soort adviezen schiet je in een pandemie bar weinig op. Je mag hopen dat het niet in brochures of beleidsrapporten terechtkomt.’
En zo zijn er nog veel meer gedragswetenschappelijke studies die bewijskracht ontberen, die te zeer leunen op vragenlijsten, of slechts eenmalig zijn uitgevoerd. Dat is niet typisch iets voor coronatijd, maar een structureel probleem, aldus IJzerman. Onderzoeksresultaten gelden ook niet per se voor elk land. ‘Stel dat in de VS de vaccinatiebereidheid onder Afro-Amerikanen tegen het licht is gehouden, dan kun je die uitkomsten niet vertalen naar Marokkaanse Nederlanders. Toch gebeuren dit soort dingen.’
 
Gok
Gedragswetenschappers moeten daarom terughoudend zijn met corona-advies aan beleidsmakers, schrijft de sociaal-psycholoog met tien andere onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift ­Nature Human Behaviour. ‘Het is zaak om meer systematische overzichten te maken, om op zoek te gaan naar de betrouwbaarste bevindingen. In de gezondheidswetenschappen gebeurt dat al. Daar werken ze bovendien met waarschuwingslabels, die wijzen op de zwakke plekken of kennishiaten.’
IJzerman en zijn mede-auteurs stellen voor gedragsonderzoek in kaart te brengen met een instrument dat de ruimtevaartorganisatie NASA gebruikt: een ‘ladder’ met negen treden die laten zien hoe ver een technologie is, van niveau 1, waar de basale principes voor de technologie worden geformuleerd, tot niveau 9 waar de technologie na succesvolle tests bewezen effectief blijkt om een raket de ruimte in te kunnen schieten.
In de gedragswetenschap zou zo’n ladder inzichtelijk kunnen maken of kennis klaar is om direct te worden toegepast. Daarbij wordt meteen duidelijk waar de pijn zit: psychologisch onderzoek zit hoogstens op niveau drie of vier, zegt IJzerman. ‘De uitkomsten zijn beter dan een goed onderbouwde gok, omdat ze in sommige situaties wel degelijk opgaan. Maar onduidelijk is of je ze buiten het lab kunt toepassen. Sommige misschien wel, maar de cruciale vraag is: welke zijn dat?'
 
Mondkapjes
De NASA-ladder voor gedragswetenschappelijk onderzoek is één manier om beleidsmakers beter te ondersteunen, maar er zijn andere initiatieven. Gezondheidspsycholoog Andrea Evers heeft onlangs in de Corona Gedragsunit van het RIVM voorgesteld een scoringssysteem te introduceren waarmee de betrouwbaarheid van wetenschappelijke claims kan worden gerangschikt.
‘Niet alleen van recente studies maar bijvoorbeeld ook van onderzoek dat tijdens eerdere vaccinaties is gedaan. Uit een daarvan bleek dat sommige mensen klachten krijgen als ze alleen al de bijsluiter van een vaccin lezen. Dat betekent niet dat dit bij coronavaccins ook gebeurt, maar de kans is toch groot. Het is dan goed om de bewijskracht van zo’n onderzoek te bepalen.’
Scoringssystemen bestaan al, zegt Evers, ook in de gedragswetenschap. ‘Voor de afwegingen die beleidsmakers en politici maken is het wetenschappelijk bewijs natuurlijk relevant. Kijk naar de eerdere discussies rond de mondkapjes. Daar waren al studies over, maar sommige waren te klein, andere afkomstig uit het buitenland. Dat weeg je mee in de beleidsmaatregelen die je uiteindelijk neemt.’
 
Koperblazers
‘Hiërarchie van bewijskracht’ is belangrijk, het goede aan de NASA-ladder is dat ook gedragswetenschappers er oog voor krijgen, zegt Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie. ‘Het voorstel is niet origineel, in de medische wetenschap kennen ze het al langer, maar het is zeker handig.’
Tegelijk vreest Merckelbach dat de lat onredelijk hoog komt te liggen. ‘Alsof je alleen kennis mag delen met politici of beleidsmakers als je resultaten volkomen waterdicht zijn. Ik ken massa’s voorbeelden van wetenschappelijke claims die niet altijd opgaan, maar wel de moeite waard zijn. Zoals: preventie heeft meer effect als je de risico’s verbeeldt in een plaatje. Of: bewaak de grens tussen werk en privé als je de hele dag thuis zit, het voorkomt stress en overbelasting. Werkt niet altijd en voor iedereen, maar het is wel goed om te weten.’
Zelfs studies met kleine effecten zijn waardevol. ‘Mensen zitten bijvoorbeeld vol met subtiele vooroordelen, maar het effect in de afzonderlijke studies is gering. Lijkt niet geschikt om toegepast te worden, zou IJzerman misschien zeggen, maar ondertussen is de schaal waarop die vooroordelen zich in de samenleving manifesteren enorm. Daarom kennen symfonieorkesten nauwelijks vrouwelijke dirigenten of Turkse koperblazers. Neem je die kleine effecten wél serieus en pas je de sollicitatieprocedure aan, door bijvoorbeeld  de kandidaten achter een doek te laten spelen, dan zul je zien dat de bezetting van menig orkest ingrijpend verandert.’

Website door: Casper van Rongen