“Eerst hield je rekening met een klap, nu gebruiken patiënten vaker wapens”

Trouw - juni 2026

Agressie is aan de orde van de dag op de gesloten opnameafdelingen in de GGZ. Wanneer slaat precies de vlam in de pan? Een verpleegkundige: “Met een broodmes kun je al veel schade aanrichten.”

Als verpleegkundig specialist Marit Uijl 's ochtends de afdeling oploopt, voelt ze meteen of het een rustige of heftige werkdag wordt. "Daar heb je voelsprieten voor ontwikkeld", zegt ze. "Vergelijkbaar met het niet-pluisgevoel van huisartsen."

Eenmaal op het werk sta je constant aan, voegt haar collega Djené toe, die als agoog de sociale dynamiek in de gaten houdt. "De kleinste signalen vallen me op en zeggen iets over hoe patiënten in hun vel zitten. Wegkijken in het gesprek, een sombere tred, een mok die iets te hard op de tafel knalt."

Het gesprek vindt plaats in de ochtend in een vergaderzaaltje op de gesloten opnameafdeling van de Brabantse instelling GGz Breburg in Tilburg. Hier verblijven patiënten die acuut in de problemen zijn geraakt, meestal vanwege psychoses of een suïcidepoging. Agressie is op deze afdelingen, die HIC (high and intensive care) worden genoemd, aan de orde van de dag.

Van alle medewerkers in zorg en welzijn ervaart 57 procent volgens recente cijfers van het CBS agressie van patiënten of naasten, in de GGZ is dat meer dan 70 procent. Dat bleek eind 2023 uit een onderzoek van zorgverzekeraar IZZ.

Van een opmerking als 'rot op met je medicatie' kijkt op de HIC geen verpleegkundige nog op. In 2025 telde de Tilburgse opnameafdeling zeventig incidenten, waarvan de helft draaide om fysieke agressie. Gevolgd door verbale agressie met bedreiging, (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, vernielen, tot en met stelen en dealen.

Verpleegkundige Hobi, ook aanwezig bij het gesprek, incasseerde op zijn eerste werkdag een vuistslag tegen zijn hoofd, na een ander incident volgde hij een reeks EMDR-sessies. Uijl vreesde ooit voor haar leven, toen een patiënt haar bijna had gewurgd. "Altijd zitten er één of twee collega's ziek thuis als gevolg van geweldsincidenten.”

De verpleegkundigen Hobi en Djené willen overigens niet met hun achternaam in de krant, omdat ze zich zorgen maken over hun veiligheid. Collega’s die eerder met hun volledige naam in de publiciteit kwamen, kregen te maken met stalking.  

In totaal werken op deze HIC 97 medewerkers, die zich ontfermen over 32 uiterst kwetsbare patiënten. Van hen kampt gemiddeld de helft met stemmen of andere psychoses. Onder de agressie schuilt vaak angst, merkt Djené, die schetst hoe mensen ineens op een afdeling belanden waar ze niemand kennen, en geacht worden om tegenover behandelaren hun ziel bloot te leggen.

Daar komt bij dat tweederde van hen gedwongen is opgenomen en wil hier helemaal niet zijn, zegt Uijl, tevens manager behandeling. "Sommigen zijn verward, hebben overlast veroorzaakt en komen onder begeleiding van de politie geboeid binnen. Dat komt een paar keer per maand voor."

De-escaleren

Het is lunchtijd, als Trouw met drie medewerkers meeloopt over de afdeling. "Hee, ik zie een behandelaar", roept een patiënt vanuit een gezamenlijk keukenblok. "Wanneer krijg ik m'n behandeling?" Hobi kan de grap ervan inzien en loopt door. Een gesprek met patiënten tijdens de rondleiding ziet Uijl niet zitten, omdat deze mensen ziek zijn en spijt kunnen krijgen van hun medewerking.

De sfeer is ontspannen. Er klinkt geen onvertogen woord. Ook geen alarm vandaag, dat afgaat als een verpleegkundige op een noodknop drukt. Waarna collega's rennend te hulp schieten.

De zachtgroene muren en het fotobehang van zeegezichten, bloeiende heidevelden en bossen moeten de gemoederen bedaren. Net zoals de speciale ruimtes voor ontspanning, sport en spel. De meeste patiënten blijven gemiddeld drie weken, al keren sommigen om de haverklap terug. Ook nu weer komen Uijl een aantal gezichten bekend voor, zegt ze.

Als de drie 'gidsen' een kamer laten zien, met eigen badkamer, wijst Hobi op de gordijnrails, die makkelijk loslaten en daardoor heel blijven. "In een woedeaanval zijn de gordijnen vaak de klos."

De agressie in de GGZ hangt volgens de medewerkers onlosmakelijk samen met de personeelstekorten, patiënten met complexere (forensische) problemen en het toenemend drugsgebruik.

"Behandeling vanaf dag 1 is cruciaal", zegt Irene Weltens een paar dagen eerder in een videogesprek. Ze is psychiater en directeur behandeling bij Breburg en promoveert komende zomer op het thema agressie jegens psychiatrisch verpleegkundigen. "Ook signaleringsplannen, waar Breburg intensief mee werkt, blijken zeer effectief. Van iedereen noteren we onder meer: wanneer loopt bij jou de spanning op? Hoe kunnen we daar het beste op reageren: door je met rust te laten, of juist niet?"

Behalve de patiënt speelt ook het personeel een rol in de agressie, schrijft Weltens in haar proefschrift Beyond the patient. "De stemming van verpleegkundigen doet ertoe en hangt samen met het aantal incidenten. 'De-escaleren', contact maken met de patiënt, luisteren, geruststellen is een essentieel onderdeel van het werk, maar dat lukt minder goed als je 's ochtends ruzie hebt gehad met je man."

Ze raadt behandelteams aan om tijdens de dagelijkse overdracht te peilen hoe iedereen erbij zit. Dat komt volgens de onderzoeker van pas bij de verdeling van taken. "Een collega die beroerd heeft geslapen, blijft dan uit de buurt van patiënt x, die de afgelopen dagen nogal agressief is geweest."

Een "paternalistische" houding wekt ook vaak agressie, blijkt uit Weltens' studie. "Als je je opstelt als de baas die bepaalt wat wel en niet mag, dan loopt het snel uit de hand. Empathie tonen maakt veel verschil."

Crisisbubbel

Kijk, zegt Uijl, als ze in de gang halt houdt voor een paneeltje met daarop vier afspraken. Waaronder: voor ieders welzijn gaan we respectvol met elkaar om. En: we houden drugs, alcohol en gevaarlijke voorwerpen buiten de deur. "We hebben alleen nog algemene afspraken, geen regels. Daar was altijd gedoe over. Net als over roken, zegt Hobi: "De een steekt een sigaret op waar het niet mag, de ander zit zonder en valt anderen lastig. In noodgevallen geven we nicotinepleisters of -kauwgom."

Hoe vaak agressie opvlamt heeft ook te maken met de bezetting, betoogt Weltens. Als alle bedden - lees: kamers - bezet zijn, loopt de spanning op en is het risico op verbaal en fysiek geweld groter. Helemaal als er extra bedden bij wordt geplaatst, zoals soms gebeurt. De Tilburgse HIC heeft drie noodbedden.

Weltens: "Voor het personeel zou je eigenlijk willen dat niet altijd alles bezet is, zodat verpleegkundigen even op adem kunnen komen. Maar dat kost geld, want een instelling krijgt per bezet bed betaald. Als er een lege plek is, loop je de wachtlijst langs om te zien of er een patiënt kan worden opgenomen. De financiering wringt met een prettig afdelingsklimaat, waar ook patiënten baat bij hebben."

Hierover loopt nu landelijk een discussie, waarbij de vraag is of onder meer de HIC in de toekomst kan rekenen op een vast bedrag, ongeacht hoeveel patiënten er gebruik van maken. "Ik ben daar dus heel erg voor, omdat in dat geval niet altijd alle bedden bezet hoeven te zijn."

Werken op een HIC is nu eenmaal intensief, zegt Uijl. "Uit legio onderzoeken blijkt dat het personeelsverloop op en neer golft, bij ons is dat om de vier à vijf jaar. Je moet er ook niet te lang blijven. Op een feestje trek je vaak de aandacht, omdat veel mensen geen beeld hebben bij hoe het er op een gesloten opnameafdeling aan toe gaat. Het is dynamisch, onvoorspelbaar, maar ook zwaar. Je zit constant in een crisisbubbel."

Beledigingen

Om een scherper beeld te krijgen van de problemen, besloot de Utrechtse opnameafdeling van GGZ-instelling Altrecht twee jaar geleden om alle incidenten te registreren. Bij het koffieapparaat kon je medewerkers weleens horen klagen over het toegenomen geweld op (HIC). Mishandeling, brandstichting, vernielingen, maar ook de alledaagse beledigingen. Maar wat er precies gebeurde, wist niemand.

Bij het in beeld brengen van de incidenten werd gebruik gemaakt van een korte vragenlijst (SOAS-R), die al langer bestaat, maar in de GGZ weinig wordt gebruikt. In 2024 eindigde de teller op de Utrechtse HIC op 570 incidenten. "Naast de blauwe plekken kwam toen ook de verborgen agressie in beeld, zoals aanrakingen met seksuele bedoelingen”, zegt regieverpleegkundige Marlies van der Pas. “Die bleken meer impact te hebben dan we dachten. Ook de voortdurende beledigingen lijken zich op te stapelen en steeds dieper onder de huid te gaan zitten."

De registraties lieten tevens zien dat de agressie piekte in de namiddag, tussen vier en vijf. "Dat had opvallend vaak te maken met teleurstellingen van patiënten, die baalden dat hun gesprek met de behandelaar niet doorging, of dat hun ontslag werd uitgesteld. Nu houden we patiënten beter op de hoogte."

De verschillen tussen de units - de Utrechtse HIC telt vier units met in totaal 53 kamers - kwamen ook aan het licht. Eéntje rapporteerde meer incidenten dan de andere. "Daar bleken verpleegkundigen patiënten naar hun kamer te sturen na een overtreding. Wat niet altijd effectief blijkt, omdat dit wegsturen vaak weer nieuwe agressie oproept. Zo kan het registreren je bewust maken van onhandige routines."

Zorglijk was dat heel vaak 'geen aanwijsbare aanleiding' stond aangevinkt. Dat roept vragen op, zegt Van der Pas. "Hoe goed hebben we onze patiënten in beeld? Iemand wordt niet van het ene op het andere moment boos. Zijn er voortekenen gemist? Zitten we te veel achter de computer, wat ten koste gaat van het contact met patiënten?"

In 2025 zakte het aantal incidenten van 570 naar 420. Het bleek geen teken van afnemend geweld, maar van een gebrekkige registratie. "Op twee units zijn vorig jaar namelijk meerdere collega's vertrokken, onder andere als gevolg van heftige agressie met fysiek en psychisch letsel. Op de units verbleven patiënten met een forensisch profiel, die meer beveiliging vereisen dan een HIC kan bieden."

Al met al, zegt Van der Pas, die twintig jaar op de HIC werkt, is agressief gedrag van psychiatrische patiënten "normaler en heftiger" geworden. "Toen ik net begon, hield je rekening met een klap, nu gebruiken patiënten vaker wapens. Met een broodmes kun je al veel schade aanrichten. Anderhalf jaar geleden is een collega van me met een nagelschaartje in haar gezicht gekrast."

Ook is het normaler om te dreigen met geweld of zelfs moord. "In de trant van: 'Als je me dit medicijn durft in te spuiten, ga je eraan.' Sommige patiënten zetten bedreigingen bewust in. Als een psychiater zich na een reeks voorvallen terugtrekt, hoor je een patiënt zeggen, vorige week nog: 'Dan heeft mijn agressie toch zin gehad'."

Het risico op gewelddadige incidenten was er altijd, maar de kans dat verpleegkundigen ermee te maken krijgen is volgens Van der Pas groter geworden. "Wat ook geldt voor het verloop van het personeel. Soms blijven nieuwkomers maar een jaar of twee."

De Utrechtse HIC doet steevast aangifte bij heftige incidenten, in ieder geval bij alle vormen van fysiek geweld. "Dat doen we een aantal keer per maand. We hebben daar afspraken over gemaakt met de politie, die menig patiënt arresteert en meeneemt voor verhoor. We tolereren agressie op geen enkele manier en willen voorkomen dat patiënten die zorgmedewerkers slaan of bedreigen, vrijuit gaan. Iemand die in de war is, weet heus nog wel dat iemand wurgen niet mag."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Website door: Casper van Rongen