Meestal beperkt agressie op de werkvloer zich tot schelden en bedreigen, maar soms loopt het volledig uit de hand. In 2021 wordt ouderenpsychiater Saskia Bakker in de spreekkamer neergeschoten door een patiënt. Een beveiliger overleeft de moordaanslag niet.
Het is maandag 11.45 uur, als Saskia Bakker haar patiënt uit de wachtkamer haalt. In de spreekkamer merkt ze dat de man, een 67-jarige oud-taxichauffeur, gedurende het gesprek steeds bozer wordt. Hij wil zijn oude medicatie terug, zegt hij met klem. Maar Bakker legt uit dat hij meer gebaat is bij een uitgebreidere behandeling die meer omvat dan medicatie alleen.
Plots staat de patiënt op, Bakker ook. Ze denkt, hij wil weg. En dan ziet de psychiater dat de man een pistool op haar richt, dat hij al die tijd onder zijn jas verborg. Bakker schreeuwt meteen om hulp. ‘Tegelijk gaat er van alles door je hoofd, weetjes uit trainingen, films. Maak contact, dacht ik, laat zien dat je een mens bent. Ik zeg iets in de trant van: zo gaan we hier toch niet met elkaar om. En toen schoot hij. Dwars door mijn rechterarm.'
Bakker valt op de grond en voelt, liggend op haar buik, hoe ze in haar hoofd wordt geraakt. ‘Toen ging het beeld op zwart, en ik dacht in een flits: vanochtend heb ik mijn man en mijn kinderen dus voor het laatst gezien. Daarna drong een kogel in mijn rug. Ik leef nog, dacht ik, en ik concentreerde me op mijn ademhaling om bij bewustzijn te blijven. Toen klonken nog en paar schoten. En het verbaasde me dat ik die niet voelde.'
De laatste schoten kostten het leven van beveiliger Martin den Dekker (53), die na de hulpkreten van Bakker de kamer was in gerend.
Mijn dierbare kamer
Kort daarna verschijnen zes ambulances met loeiende sirenes en twee traumahelikopters op de Leggelostraatin Den Haag, waar onder andere het behandelcentrum voor ouderen (van Parnassia) is gevestigd. Van de ambulancerit kan Bakker zich weinig herinneren. Diezelfde middag gaat ze onder het mes en worden de kogels uit haar hoofd en rug verwijderd. 'Ik heb veel geluk gehad, de ene kogel miste net mijn hart en de andere beschadigde alleen mijn schedel en hersenvlies.'
Na een week in het ziekenhuis zit ze zes weken thuis om te herstellen en de moordaanslag te verwerken. 'Ik had een hersenschudding, liep op watten en kon me nauwelijks concentreren, maar ik had geen nare herbelevingen. Vanaf het begin vertelde ik het verhaal tegen iedereen die het horen wilde, de voedingsassistent, de bakker, op de naschoolse opvang. Niet toedekken, had ik geleerd in de opleiding. En dat hielp, net als mijn morbide humor. Als ik iets had nagelaten, was het erbij ingeschoten.'
Na zes weken ging ze 'buurten' op het secretariaat. 'Koffie drinken met collega's, die me zoveel hartverwarmende kaartjes, berichten en bloemen hadden gestuurd. Op de kamer waar het was gebeurd, moest ik een brok in m’n keel wegslikken. Toch ben ik er blijven werken. Het is voor mij niet alleen een onheilsplek, ik heb er ook veel mooie gesprekken met patiënten gevoerd. De kamer is me dierbaar.'
Schuldig voelen
Samen met het gezin kiest Bakker wel voor slachtofferhulp, maar niet voor de nazorg van het psychotraumateam van Parnassia. 'Ik was bang dat ze bij mij PTSS zouden veronderstellen, terwijl ik zeker wist dat ik dat niet had. Ik had geen nachtmerries, was niet aan het vermijden. Ik heb toen contact opgenomen met mijn leertherapeut. Die me heeft geholpen om de draad van het werk weer op te pakken, niet zozeer op mentaal vlak, maar eerder praktisch. Hoe zeg je netjes dat je mail nog moet beantwoorden tegen de zoveelste die belangstellend vraagt hoe het nu met je gaat?'
Kostte wat kost wilde ze haar oude baan terug, omdat ze zich geen leuker werk kan voorstellen, zegt ze. Ik had kunnen switchen, want de instelling bood verschillende opties, maar ik zit hier helemaal op mijn plek. Die is onderdeel van wie ik ben. Wat ook meespeelde, is dat ik me niet wilde laten wegpesten door een patiënt. Vooral niet, omdat ik volledig achter mijn beslissingen stond en niets verkeerd had gedaan.'
Ze was een tijdlang boos op de dader, die zich gelijk na het incident doodschoot in zijn auto. 'Hoe kon hij dit doen, vroeg ik me af. Zoveel pijn berokkenen, aan mij, de familie van Martin, mijn familie, iedereen op de afdeling. En er dan zelf op een laffe manier tussenuit knijpen. Nu ik het vertel, voel ik de boosheid weer opborrelen.'
Voelde ze zich schuldig tegenover de nabestaanden van de beveiliger? 'Ik heb me dat afgevraagd, maar het antwoord is nee. Ik ben niet degene die de trekker heeft overgehaald.'
Als mens veranderd
Ondertussen heeft de instelling extra veiligheidsmaatregelen genomen. De gang naar de spreekkamers is alleen met een personeelspas toegankelijk en onder het bureau zit nu een alarmknop. "Ook begint elke vergadering bij Parnassia met een korte rondvraag over veiligheid. Dat kan over van alles gaan, over een patiënt die je tijdens een huisbezoek verrot heeft gescholden, of een onveilige opmerking van een naaste collega.'
Is ze als psychiater veranderd? 'In het begin was ik weleens bang om beslissingen te nemen waar patiënten het niet mee eens waren, maar die onzekerheid verdween geleidelijk. Wel denk ik tegenwoordig vaker: "Ik ben eruit gekomen, dus dat kun jij ook." Dat geldt natuurlijk niet voor alle patiënten, maar ik heb wel meer vertrouwen gekregen in het vermogen om te herstellen.'
Aanvankelijk dacht ze dat ze als mens ontzettend was veranderd. 'Ik moest genieten van het leven, want ik wist nu: elke dag kon m'n laatste zijn. Maar na een jaar of twee nam het leven weer zijn oude loop. De was, de vaat, de administratie, ook dat moest gebeuren. Al steekt het toch nog af en toe de kop op, dat gevoel van "het leven duurt kort, dus geniet ervan”. Of: "Wat een geluk dat ik dit nog mag meemaken." Als ik bijvoorbeeld zie hoe vrolijk mijn dochter aan het skateboarden is. Of als ik hoor dat mijn zoon het geweldig goed doet op de scouting. Heerlijk.’